Home

Ik ben 44 en voor het eerst in mijn leven kom ik regelmatig in contact met moslims. Dit geldt voor de meerderheid in ons land: we hebben bijna allemaal een roomblanke jeugd, in tegenstelling tot wat de bladen ons al jaren proberen wijs te maken. Hun sensatieverhalen over hoe het fout dreigt te lopen tussen allochtonen en autochtonen, gelardeerd met voorbeelden uit de achterstandswijken uit de grote steden van ons land, zijn voor de meerderheid totaal onherkenbaar. Maar wel angstaanjagend.

Vanochtend had ik het in de rij voor de kassa met Fatima over haar zoontje Yassine, die bij mijn dochter in de klas zit. Gisteren had ik een kort werkoverleg met Zöhre, coördinator van het Activiteitenplein op de school waar ik een kinderpersbureau aanstuur. Aisha vroeg het telefoonnummer van mijn vriend omdat hij iets moet komen maken bij haar in huis en vanmiddag komt Nawal spelen bij ons thuis.

Sinds ik verhuisd ben naar een zogenaamde ‘achterstandswijk’ en mijn kind op school zit, is de hoeveelheid mensen met een islamitische achtergrond in mijn leven vertienvoudigd. Ineens kom ik ze overal tegen, die tweede generatie Marokkanen en Turken die ik tijdens mijn jeugd gemist heb. Meestal vrouwen,  van mijn leeftijd met kinderen en vaak ook met een baan. Ze werken in het welzijnsnetwerk om de school heen, staan in een winkel of maken schoon.

Met Fatima en Naima maakte ik ’s ochtends op het schoolplein altijd grappen over het vroege opstaan. “Jij lijkt wel een Marokkaanse”, heeft Naima wel eens tegen me gezegd. “Het voelt zo vertrouwd om met jou te lachen.” Dat had denk ik meer te maken met een klik tussen mensen dan met culturele achtergrond. Maar er is op het moment grote afstand tussen de ouders met een buitenlandse achtergrond en de autochtone Nijmegenaren bij ons op school.

Er zijn schreeuwpartijen op straat, fitties op Facebook en het gebeurt regelmatig dat de moeder van een klasgenootje tegen mij begint over ‘die stomme Marokkanen’. Twee vriendinnen van mijn dochter, die in dezelfde straat wonen, hebben een tijd lang niet met elkaar mogen spelen omdat de ouders ruzie hadden, en dat ging niet om een verkeerd geplaatste schutting. De ene is van Marokkaanse afkomst, de ander blank.

In de klas van mijn dochter zitten een of twee kinderen die hun ouders napraten met uitspraken van Wilders. Juffen hadden de grootste moeite relletjes te voorkomen in de klas, in de tijd van de ‘Minder! Minder!’scanderende domme massa. In de laatste verkiezingen zijn er trouwens niet heel erg veel stemmen in de wijk naar de PVV gegaan, zoals ik eigenlijk wel verwacht had. De meeste wijkgenoten stemden  toch SP en PvdA. Nog wel.

Sinds de kinderen van mijn Kinderpersbureau (en hun ouders) mij kennen, stellen ze mij de vreemdste vragen over het christendom en onze ‘westerse’ cultuur, en vaak testen ze mijn kennis over de Islam. Eigenlijk gaat het daar altijd over. Waar de autochtone kinderen mij vertellen over hun nieuwe hamster of jarige oma, schrik ik er altijd van hoeveel de Moslims me moeten uitleggen voordat ze over hun weekend kunnen vertellen.

Vorige week liep ik met twee Marokkaanse jongetjes uit het Kinderpersbureau naar Quick, hun voetbalclub. Ze waren helemaal klaar voor een interview met ‘de baas van onze club’ (hij bleek jeugdcoördinator te zijn). Van de zenuwen liep een van hen, bijna de beste van zijn klas, te rebbelen over van alles en nog wat. Op een gegeven moment vroeg hij: “Juf, wie vind jij dat gelijk heeft: Israel of Palestina?” Tja, geef daar maar eens een zinnig antwoord op, als juf zijnde.

Ik liet hem even verder praten, en voor zover ik begreep, had hij de avond ervoor gruwelijke beelden van de Intifada gezien. “Ze deden de kinderen afschuwelijke dingen aan, juf, die Israëlische soldaten. Echt, afschuwelijk!” Hij was er nog steeds van in de war. Ik ken zijn moeder; een humorvolle vrouw met fanatieke kantjes, en ik kan me niet voorstellen dat zij haar kind bewust dit soort beelden laat kijken. Aan de andere kant weet je niet wat ze op internet allemaal tegenkomen.

In ieder geval wordt er bij die kinderen thuis vast en zeker gepraat over de recente politieke ontwikkelingen in het Middenoosten, en zij zijn er persoonlijker bij betrokken dan wij. Hoe moet je je kind uitleggen dat er behoorlijk wat mensen in zijn geboorteland zijn, die vinden dat hij en zijn familie het land uit moeten? Maar kies je dan maar voor de fundamentalisten? Een van de moslima’s op school noemt zich op haar Facebookpagina trots een Taliban…

Ik heb wel Marokkaanse kinderen bij mij thuis gehad, die geen snoepje of koekje van me aannamen. Die hadden thuis duidelijk de instructie gekregen om niets te eten, ‘want je weet niet of het Halal is’. Inmiddels vragen de kinderen gewoon bij mij na of ze het mogen hebben. Da’s nog best ingewikkeld, trouwens, want de meesten eten ook geen gelatine (gemaakt van varkensbeendermeel!) en dat zit in de meeste snoepjes. Ja, daarin heb ik ook een ontwikkeling door moeten maken.

Wat ik eigenlijk wil zeggen, is dat er zo veel is wat we niet van elkaar weten, de moslims en de autochtonen. We zijn een beetje bang voor elkaar. Maar dat is ook niet raar, want we hebben elkaar ook nooit echt ontmoet. De (enorm) grote meerderheid in dit land, is, zoals ik, opgegroeid zonder ooit een Marokkaan tegen te komen, en dan bedoel ik niet op straat, maar in de kennissenkring of familie. Ook al wonen ze al drie generaties in ons land.

Als je bedenkt dat de gemiddelde PVV-stemmer in een dorp in de provincie schijnt te wonen en om die reden ook geen Marokkanen in zijn kennissenkring heeft, kom je tot de conclusie dat we op moeten houden ons ieder alleen in onze eigen ‘zuil’ te bewegen en elkaar als de wiedeweerga beter moeten leren kennen. Want dan zijn het geen ‘stomme Marokkanen’ meer, maar stomme Fatiha en leuke Ahmed, grappige Aisha, verlegen Omar enzovoort.

Advertenties

5 thoughts on “Moslimvrienden

  1. Potverdorie, wat een prachtig genuanceerd en helder stuk over integratie (om dat rotwoord maar eens te gebruiken). Vriendelijkheid en nieuwsgierigheid hebben we nodig. Eigenlijk zoals kinderen (de meeste althans) van nature zijn.

  2. Je hebt het goed genuanceerd. Zo zou het moeten zijn!
    Gelukkig heb ik een andere achtergrond, ik ben van kinds af aan gewend aan andere nationaliteiten (en religies). Hoewel er van thuis uit selectief werd gereageerd, bleef ik altijd nieuwsgierig en daarmee heb ik een in mijn ogen veel leuker en breder wereldbeeld dan degenen die vanuit onvrede achter de zinloze en haatzaaiende uitroepen van de blonde Zuiderling (wiens naam ik niet noem) staan.

  3. De kinderen op mijn cursus wilden graag roze koeken, maar wel die van de Lidl, want die waren halal, maar zelfs dat betwijfel ik, is vrij lastig, geloof dat bepaalde e nummers ook niet mogen, alle koeken zijn wel opgegaan 🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s