Home

Op mijn middelbare school in de buitenwijken van een middelgrote stad in het zuiden van het land, een Havo-VWO, zat geen enkele islamitische leerling. Over mijn basisschool in een forenzendorp aan de rand van deze stad hoef ik het al helemaal niet te hebben in dit kader. Ik geloof dat er inmiddels een stuk of drie gegoede Marokkaanse gezinnen hun intrek hebben genomen in een ruime villa in dat dorp, waar mijn ouders nog wonen. Die zijn natuurlijk ‘anders dan gewone Marokkanen’.

In mijn eerste klas op die middelbare school zat een Surinaamse jongen met de internationale naam ‘Iwan’. Hij leek op Jimi Hendrix. Daar ben ik nog een tijdje verliefd op geweest, tuk als ik was op ervaringen die verder gingen dan het dodelijk saaie leventje in de suburbs. Als groene puber met oplaaiende hormonen had je dan maar een mogelijkheid, dacht ik, en dat was verliefd worden op een exotische man. Ernst Janz (van Doemaar) was Iwan voorgegaan.

Daar Iwan’s wereld mijlenver van die van mij verwijderd was – hij ging om met meisjes met borsten en lange krulharen en ik had net mijn haren afgeknipt in een ‘fris’ jongenskapsel en mijn borsten werden door mijn vader wel omschreven als ‘twee erwtjes op een plank’- en het bij mij trouwens alleen maar bij fantaseren bleef omdat ik te verlegen was om het woord tot hem te richten, is het tussen ons nooit wat geworden.

Een jaar of drie later, mijn haren waren inmiddels gegroeid en mijn erwtjes ook, vond mijn zoekende liefdeslicht de enige andere gekleurde jongen bij ons op school: Leon. Hij was een zeer stoere, erg intelligente jongen, die zich om dat te verbergen een soort gettoloopje had aangemeten en altijd heel boos keek. Ik maakte er een sport van om hem aan het lachen te brengen maar knapte op hem af toen hij op ons eerste afspraakje gedronken bleek te hebben. Tja.

In de jaren daarna ben ik geen enkele persoon met ouders uit een ander land tegengekomen, anders dan de zeer onopvallende Vietnamese leerling die in de vijfde klas een jaar achterin het lokaal heeft gezeten, en de vier of vijf adoptiekinderen die je wel eens zag spelen in de straten van ons dorp. Daar zeiden we toen niet veel anders over dan dat ze er zo schattig uitzagen. Ook het Columbiaantje dat als je even niet oplette het brood uit de broodla jatte, maar dat is weer een ander verhaal.

Toch moeten er al heel veel Marokkanen en Turken in Nederland gewoond hebben. In de jaren zestig zijn ze massaal hierheen gehaald om werk te doen waar geen Nederlanders voor te vinden waren. Begin jaren zeventig wilden die mannen (want dat waren het in eerste instantie alleen maar) trouwen en dat deden ze helaas het liefst met een bruid uit hun eigen regio, dus toen zijn er veel vrouwen deze kant op gekomen, en werden er kinderen geboren.

Die generatie kinderen moet zo’n beetje even oud zijn als ik, of iets jonger, maar ik heb ze destijds dus nooit gezien, niet bij mij op school. Met een vader die amper en een moeder die helemaal geen Nederlands spreekt, moet ik ze misschien ook niet op het VWO verwachten, in die tijd. Uit allerlei onderzoek blijkt steeds vaker hoe belangrijk je thuisbasis is voor je ontwikkeling. Scholen worden tegenwoordig financieel gesteund op basis van het opleidingsniveau van de ouders.

Maar ik heb ze ook niet in mijn forenzendorp gezien. Waarom woonden ze niet in een van de nieuwbouwwijken die als paddenstoelen uit de grond schoten rond de oude dorpskernen in de buurt van een grotere stad? Tja, hun werk was meestal in de fabriek, op industrieterreinen in de buurt van de stad, en ze woonden daar dichtbij. Ook mogen Moslims geen leningen met rente afsluiten, dus een hypotheek voor een koophuis was Haram. Dan maar huren.

In mijn studententijd werd het gekleurder om me heen. Ik kreeg een kamer in een van de ‘arbeiderswijken’ in het centrum van de middelgrote stad in het midden van het land waar ik geschiedenis ging studeren. Daar woonden veel van de mensen met islamitische achtergrond die ik in mijn jeugd niet tegenkwam. Er waren Turkse cafés en supermarkten, en bij elk feestje zat je hompen Turks brood met feta weg te werken.

Bij mijn studie waren echter geen Marokkanen of Turken te vinden. Ook geen Surinamers of Antillianen, trouwens, of Chinezen. Met oude geschiedenis als je afstudeerrichting is geen droog brood te verdienen, dus dat begrijp ik nog wel, maar ook bij studierichtingen van vriendinnen zag ik geen mensen met wat voor buitenlandse komaf dan ook. Het kan natuurlijk zo zijn dat ik, met een behoorlijk aantal hersencellen, ook wat herinneringen heb weggespoeld met alcohol in die tijd.

De enige ervaringen met mensen die andere jeugdherinneringen hadden dan de Fabeltjeskrant, deed ik op als ik zelf naar het buitenland ging, liftend door Europa. Discussies met Duitsers, zoenen met Grieken, eten met Fransen en zelfs hasj roken met Marokkanen, maar dan dus in Marokko. Ironisch was, dat veel Marokkanen die ik daar tegenkwam, in Nederland opgegroeid waren en blij waren om me daar te zien. Maar Fabeltjeskrant kenden ze niet.

Totdat ik de in onze stad beruchte danstent ‘Extase’ ontdekte. Daar heen gaan was een beetje zoals op vakantie gaan in eigen land. Er werd zogeheten ‘wereldmuziek’ gedraaid en minstens de helft van de bezoekers varieerde in huidskleur van lichtbruin tot pikzwart. Ik denk dat er zo’n twintig verschillende nationaliteiten rondliepen, die allemaal samenklonterden op de kleine dansvloer en zich in het zweet dansten.

Ik ging er in die tijd meestal alleen heen en raakte aan de praat met mannen uit landen als Sierra Leone of Liberia, Iran of Armenië, en af en toe ook met een Marokkaan, al opereerden die meestal in groepen. Je moest soms de handen letterlijk van je lijf slaan, wat een reden was dat veel Nederlandse vrouwen daar niet heen gingen, maar ik heb daar fantastische en gruwelijke verhalen gehoord aan de rand van de dansvloer en ik genoot van het exotische.

Maar goed, het waren meestal vluchtelingen die daar kwamen, en die kwam ik al helemaal niet tegen in mijn gewone sociale leven. Er waren mensen die taal- of fietslessen gaven op het asielzoekerscentrum en het wemelde van de actiegroepen voor vluchtelingen. Ik sprak in theorie over discriminatie en racisme, waar ik natuurlijk heel erg tegen was. Maar god, wat wist ik eigenlijk weinig van mijn allochtone medemens.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s