Home

Elke keer als ik hoor dat iemand in mijn omgeving bevallen is, moet ik de neiging onderdrukken om een kaartje te sturen met alleen “veel sterkte met de kraamtijd” er op, of “geloof me, het wordt beter, al duurt dat bijna te lang”. Om elkaar niet af te schrikken, moet je kaartjes met schattige beertjes sturen en beschuitjes met hysterisch roze of blauw beleg eten. Het is het grootste collectieve bedrog op deze aardbol. Roze wolk, ammehoela.

Om met name de mannelijke lezer niet af te schrikken, zal ik nu geen uitgebreid verslag maken van kwellingen die niet ophouden je zeker de eerste zes weken te teisteren (maar ik zou een veiligheidsmarge inbouwen van drie maanden). Misschien alleen wat steekwoorden voor het idee: zogen, tepelkloven, ontstoken hechtingen (zelf raden waar), krijsende dwingelandij, hormonen (neem nou die kraamtranen van de vijfde dag…) en had ik al krijsende dwingelandij genoemd?

Oh, sorry mannelijke lezers, ik kan het toch niet laten…

Alsof je na drie eeuwige rondes k.o. geslagen bent, en bont en blauw wakker bent geworden in een andere dimensie, zo voelde ik me de eerste zes weken. Ik zag het allemaal aan, liet mijn lichaam misbruiken en probeerde wanneer ik kon het geheel te ontvluchten door te slapen. De enige momenten dat ik iets van moederlijke trots en tevredenheid voelde, was wanneer J. gezoogd, gewassen en vers geluierd in slaap was gevallen. Maar dat duurde nooit lang, dat moment.

Ach, en natuurlijk maakt de liefde voor je kind alles goed, en natuurlijk wordt het beter naarmate ze ouder worden. Maar die eerste keer dat ik naar buiten ging met J. in de kinderwagen, kon ik wel janken. Was dit het nou, het paraderen van de trotse moeder met kersvers kind? Ik voelde me een vaatdoekvormig omhulsel van mijn vroegere zelf, met kauwgum in mijn knieën, uitvallend haar en een blubberbuik waar ooit iets ‘straks’ had gezeten. Maar dat was vast subjectief.

Je leest vooral tegenwoordig vaak verhalen over moeders die ‘na drie weken weer strak in het vel de catwalk op gaan’, of zelfs moeders die na de bevalling meteen roepen om een fles drank en sigaretten, en die vrijwel naadloos doorgaan met het wilde leventje dat ze daarvoor leidden. De baby is een leuke aanvulling op je toch al fantastische leven, en vooral niet de enige invulling ervan. Nou, daar leek het bij mij niet op.

Tweeënhalve maand na de geboorte van J. besloten we naar Frankrijk af te reizen. Ik zag er enorm naar uit, want vakantie, daar was ik wel aan toe. A. had natuurlijk zijn werk gehad in de kraamtijd, en die kon eindelijk wat zorg van mij overnemen. J. sliep onderweg heerlijk in de maxi-cosi en eenmaal daar sjouwden we haar in de bak van de wandelwagen overal naar toe. Als wij zwommen, lag zij onder een boom te dromen. Zaten wij te tafelen, lag zij voor de kachel te snorren.

Tot zo ver de idylle. Want vakantie zoals ik dat kende, zou ik de komende jaren niet meer hebben. Op de een of andere manier dacht ik toch nog steeds dat het een keer op zou houden, al die zorg. Maar bij mensenbaby’s duurt het natuurlijk wel een tijdje eer ze zelfstandig zijn en voor zichzelf kunnen zorgen. Voordat ze naar school gaan, ben je zelf de hele tijd aan de beurt. Zeker als je borstvoeding geeft, kan niemand het van je overnemen.

Pas toen ik weer ging werken en besloot ook maar meteen de borstvoedingmaffia te negeren en (te vroeg!) over te gaan op flesvoeding, kreeg ik mezelf een beetje terug. Wat een verademing! Ineens was ik zelf weer iemand, die beslissingen nam en dingen deed omdat ze zelf dacht dat het een goed idee was, in plaats van iemand wiens borsten automatisch om de drie uur begonnen te lekken (en iemand die altijd te weinig anti-lek-dingen bij zich had voor in haar voedingsbh).

Ineens viel ik niet meer flauw als ik niet op tijd iets at. Geleidelijk viel mijn haar niet meer uit en groeide het zelfs weer een beetje bij. Heeeel geleidelijk trok mijn buikvel weer een beetje strak (al is het nooit meer geworden als daarvoor). Maar met mijn voeten, die een hele maat in de breedte gegroeid zijn door de zwangerschap (Dat heeft te maken met zacht worden van je kraakbeen om de heupbotten gemakkelijker uit elkaar te trekken. Echt.) is het nooit meer goed gekomen.

Ineens kon ik ook weer een borrel drinken zonder van te voren te kolven! (Dat laatste vond ik overigens zo vervelend, dat die borrel er ook vaak bij ingeschoten was.) Ik weet nog de eerste keer dat ik na de geboorte van J. met een groepje vriendinnen (ook bekend als ‘de mutsenclub’) had afgesproken om te eten (en kletsen en heel veel wijn drinken). Na drie witte wijn had ik hem zwaar hangen. Ik zou in training moeten om weer als vanouds te presteren.

Afijn, ik zal ophouden met mopperen. Ik had het er allemaal graag voor over en ik krijg er heel veel voor terug. Al had iemand mij van te voren in niet mis te verstane bewoordingen verteld hoe het nou echt was om een baby te krijgen; ik had toch dezelfde beslissing genomen. Ik had het niet willen geloven en ik had het zelf willen zien. Ik had misschien zelfs wel gedacht dat het bij mij allemaal wel anders zou zijn. Het is tenslotte bij iedereen ook anders.

Ik zal het je sterker vertellen: als ik moest kiezen tussen terug in de tijd en dan maar geen kind, of weer door precies dezelfde ‘ellende’ om J. te krijgen, dan was de keuze erg eenvoudig. Er zijn genoeg vrouwen die mijn ‘problemen’ in viervoud zouden willen kiezen, als ze maar een kind konden krijgen. Het is eigenlijk geen keuze. Je doet het gewoon, zoals de dieren het ook gewoon doen. Alleen de mens mag er graag een deuntje over klagen. Sorry.

Wordt vervolgd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s