Home

Op de terugweg na vijf lange weken in Gourdon, op ongeveer drie uur rijden van Nijmegen zei A. het tegen me. “Ik krijg elke dag op mijn donder om de stomste dingen. Je zegt nu al voor de derde keer deze week dat je misselijk bent. Ben je soms zwanger?” Met stomheid geslagen heb ik de rest van de reis mijn mond gehouden. Totaal niet aan gedacht. Jezus. Het kan wel zijn dat miljarden mensen me hierin voor zijn gegaan, maar ik kan dat nooit. Help, ik wil terug in de tijd!

Eenmaal thuisgekomen ben ik meteen een test gaan halen, die ik vervolgens een paar uur op de keukentafel heb laten liggen. Ik zei er niks over en A. begon er ook niet over. We hebben de bus uitgeruimd, wasjes gedraaid, boodschappen gedaan, en pas toen ik in de tuin zat met de stapel ongelezen kranten, hield A. het niet meer. Hij zette een grote fles Maternusbier voor me op tafel (dat overigens ‘van moederskant’ betekent). “En nu drinken.”

Toen het staafje eenmaal dubbel bestreept op tafel lag, kon ik er niet meer onderuit. Zwanger. Ik zou moeder worden en A. vader. Wie was er ook al weer op dat onzalige idee gekomen? Wat een enorm verschil tussen theorie en werkelijkheid, al was die werkelijkheid pas een halve millimeter (of nog niet eens) groot. Ik had weer eens last van de ooit door een ex-vriendje als ‘oja-ojee-effect’ omschreven eigenschap: iets willen en dan terugkrabbelen als je het daadwerkelijk krijgt.

Omdat we allebei aardig van de wap waren, hebben we een paar Maternussen ingepakt en reden we fluks naar de Bisonbaai. We moesten steeds giechelen als gekken, en toen we, uren later op de terugweg staande gehouden werden door de politie en A. moest blazen, giechelden we nog steeds. Dat zijn promillage net te hoog was, zag de agent door de vingers toen hij hoorde van ons geluk. Hij kon het ook een beetje aan ons zien, zei hij. We moesten wel gaan lopen.

En dan begint het lange wachten. Een enkeling hebben we het meteen verteld, en bij de rest wilden we netjes drie maanden wachten, maar dat lukte niet. Ik zal nooit de reactie van A. zijn ouders vergeten toen we vertelden dat ik vijf weken zwanger was. “Dan moeten we nog maar even afwachten hè…” zei zijn moeder en begon vervolgens ergens anders over. Achteraf hoorde ik dat een schoonzusje net een miskraam achter de rug had.

Maar het was maar goed dat we een maand of negen de tijd hadden, want er moest nog een huis afgebouwd worden. Ik werkte halve dagen en lag de andere helft van de dag op de bank, want ik was behoorlijk moe. Het duurde even eer ik dat in de gaten had, en dat was niet bevorderlijk voor mijn humeur. Je verandert sowieso behoorlijk door zo’n parasiet in je lijf. Ik werd van een tamelijk rationele, Bourgondische vrouw een labiel wrak. Arme A.

Tegen de tijd dat ik bijna klaar was met broeden, was de natte winter omgeslagen in een prachtig voorjaar. Je kunt nu nog heel goed zien hoe onze stemming was toen we in de laatste maand het geboortekaartje ontwierpen. Ik geneer me inmiddels toch wel een klein beetje voor de verwijzingen naar vogeltjes en nestjes en geluk en liefdesbaby’s, maar we hadden er in de tussentijd gelukkig wel zin in gekregen. Alles was min of meer klaar.

Je ziet nu nog precies in huis waar we gebleven waren tegen de tijd dat J. zich aankondigde. Ik was in de badkamer het houtwerk aan het schilderen geweest en dat ziet er nu nog steeds niet uit omdat ik de laatste dingen niet eens meer ontvet en geschuurd heb. Flats, gewoon die verf erover want ik heb belangrijkere dingen aan mijn hoofd! En die zijn er de laatste tien jaar niet uit gegaan. Je prioriteiten veranderen nogal, met een kind in huis.

Ik zal jullie niet vervelen met de details over de twee dagen durende achtbaanrit die mijn bevalling was (hoewel ik er in het juiste groepje vrouwen nog steeds graag over praat, het is nogal een ‘life-changing-event’, namelijk), maar op een stralende lentedag waren we ineens papa en mama. Stuiterend van de adrenaline heb ik geroepen dat ‘iedereen me voor de gek had gehouden’ door me niet in te lichten over de werkelijkheid van het baren. Enfin, dat zullen de hormonen wel geweest zijn.

Maar op het moment dat na al die ellende die besmeurde baby op mijn borst gelegd werd en J. en ik elkaar voor het eerst in de ogen keken, was ik moeder geworden. “Oh, ben jij het?” dacht ik gek genoeg, alsof we elkaar die negen maanden echt al hadden leren kennen. Ineens zag ik A. ook weer staan, die ik in al het gedoe een klein beetje vergeten was. Witjes, maar stralend van trots, helemaal toen hij samen met J. naar de tien puntentest mocht en ze reageerde op zijn stem.

Tja, en dan zit je daar de volgende dag, in het felle zonlicht te knipperen met je ogen, in een rolstoel, met de maxi-cosy op schoot. A. moest de bus voorrijden en ik zat trots te grijnzen tegen een passerend ouder echtpaar, die zeiden dat het een mooie baby was. Terwijl A. aan het klooien was met veiligheidsriemen en die draagbak (nooit over nagedacht hoe we dat gingen doen als de baby er eenmaal was), wilde ik alleen maar mijn fiets pakken en naar huis fietsen.

Je werkt negen maanden toe naar het moment van de geboorte. Dat hadden we nu gehad. “En dan kan het nu weer normaal worden, dank u”, dachten we allebei. Totaal onthand zijn we met zijn drieën thuis in bed gaan liggen wachten tot de kraamhulp kwam. Ik weet niet wie het meest moe was. Ik had zwaar de behoefte aan iemand die mij vertelde dat het allemaal normaal was, wat ik voelde, en dat ik nu kon gaan slapen. Maar dat ging nog effe niet.

Wordt vervolgd.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s