Home

telefoonLaatst had ik met een jonge collega afgesproken in een café in de stad. Ik kende het wel uit mijn studententijd, dus ik dacht er zo heen te fietsen. Maar dat viel tegen; ik wist niet meer waar het was. Toen ik aan een groepje studentes vroeg of zij het kenden, haalde een van hun meteen een smartphone uit de zak en liet me binnen een paar seconden zien hoe ik moest fietsen. Ik bloosde; ik had zo’n zelfde telefoon in mijn tas. Gewoon niet aan gedacht.

Acht jaar lang zorg ik nu voor mijn kind en dat combineert nu eenmaal het beste met thuis werken. Ik ben  zo gelukkig dat ik met het schrijven van teksten mijn geld kan verdienen. Dat ging jarenlang prima aan het geïmproviseerde bureautje in de huiskamer, terwijl mijn dochter in de box lag, later aan de keukentafel een tekening zat te maken en nog later een boekje lag te lezen op de bank.
Maar nu ze langer naar school gaat en na school vaak bij vriendjes gaat spelen, heb ik steeds meer tijd voor mezelf. Ik heb dan ook een paar opdrachten aangenomen waarvoor ik veel buiten de deur moet zijn. Een van die projecten speelt zich af op de redactie van een website. Hartstikke leuk werk, en voor het eerst sinds tijden heb ik echt collega’s. Maar wat is er in ’s hemelsnaam allemaal gebeurd terwijl ik thuis zat?! Ben ik ineens oud geworden?

Veel van mijn collega’s zijn twintigers. En ik ben drieënveertig. Dat scheelt twintig jaar. Ik kan hun moeder wel zijn! Ik ben al de jaren dat ik thuis zat amper jonge mensen tegengekomen, of het moeten de peuters en kleuters op de school van mijn dochter geweest zijn. De eerste keer dat ik me dat realiseerde, schrok ik me dood. Ik voel me namelijk nog zo jong, vanbinnen. Maar dat ben ik duidelijk niet meer.
Mijn collega’s vinden mij ook niet jong. Ze noemen me ‘u’. Ook nadat ik drie keer gevraagd heb of ze ‘je’ willen zeggen omdat ik me anders net mijn moeder voel. “Oh, sorry, JE”, zeggen ze dan verschrikt. Lekker informeel, maar niet heus. Ik vertel ze spontaan dat ik in het weekend nog op een nieuw, ‘hip’ terras heb gezeten, maar dat blijken ze helemaal niet te kennen. Zij, en hun leeftijdsgenoten, zitten natuurlijk heel ergens anders.
Laatst zaten we te werken op het kantoor, en toen zei ik na een uur in stilte te hebben gezeten, dat ze wel een muziekje op mochten zetten. De opluchting op die gezichten! Ze waren bang geweest mij te storen, maar anders werkten ze nooit zonder muziek. En wat zou ik leuke muziek vinden? “Ah, ik weet al wat”, zei er toen eentje. “Ik zet dit wel op, die vindt mijn moeder ook leuk.” Tja.

Iets anders wat me is opgevallen, is de manier van omgaan met technologie. Het voorval met de smartphone is een typisch voorbeeld. Ik heb het allemaal wel; de smartphone, de laptop, een Facebookaccount en ga zo maar door, maar voor mij is het geen vanzelfsprekendheid om er gebruik van te maken, terwijl zij niet anders kennen en daardoor heel automatisch gebruik maken van alle mogelijkheden van de ‘nieuwe’ techniek.
Als wij zitten te vergaderen, heeft iedereen zijn telefoon in de hand. Sommigen maken aantekeningen in het ding, anderen zoeken iets op waar we niet uitkomen, of ze zetten een afspraak in de gezamenlijke Google-agenda. Maar heel vaak beantwoorden ze ook snel even een berichtje van een vriend, en checken ze even hun Facebookpagina. Ik moet enorm wennen aan al die onderbrekingen steeds.
Die telefoon is echt een verlengstuk van hun lichaam geworden. Op straat zie je ze ook voortdurend lopen met zo’n ding in de hand. Op de fiets zitten ze te bellen. Gaan ze naar een concert dan maken ze foto’s en filmpjes met die dingen. Ontmoeten ze nieuwe mensen, dan is het eerste wat ze doen elkaars telefoonnummer in dat ding zetten en vrienden worden op – ja, daar heb je het weer – Facebook. Ook met mij.
Als ik mijn collega’s snel wil bereiken, heb ik inmiddels ontdekt, dan moet ik niet bellen. Dat doet niemand meer. Ik moet ze ook niet emailen, al ontvangen ze allemaal hun mails op de telefoon. Nee, ik moet ze een berichtje sturen in Facebook, want dat checken ze voortdurend en daar gebeurt het allemaal. Als ik dus geen vrienden wil worden met mijn collega’s omdat ik mijn privéfoto’s alleen met mijn èchte vrienden wil delen, kan ik niemand bereiken.

Ik klink als een oude zeur. En dat ben ik helemaal niet! Ik voel me jong en barst van de energie, en bovendien heb ik heel veel zin in nieuwe projecten en avonturen. Daarom besloot ik dat ik me helemaal aan ging passen aan mijn jonge collega’s. Ik had al een Facebookaccount maar dat zou ik niet meer afschermen. Ik nam er Twitter bij, en Google, en Dropbox en Google Drive om dingen te delen.
Ik ging allemaal leuke en volgens mijn collega’s onmisbare apps downloaden waarin ik bijvoorbeeld notities kon bijhouden en waarmee ik in gemeenschappelijke agenda’s kon. Whatsapp, natuurlijk, en Yammer, waarmee ik handig en gratis kon communiceren. Ik nam ook mijn laptop mee naar afspraken, en ik probeerde te onthouden dat ik het gewoon kon opzoeken als iemand in een gesprek vroeg “wat dat ook al weer was”.
Ik ging mijn collega’s uithoren waar ze ’s avonds uitgingen, welke muziek ze mooi vonden en ik lette goed op wat voor kleding ze aanhadden. Maar ik kreeg al heel snel door dat dat de weg niet was. Ik voelde me juist oud in die cafés met alleen maar ‘jongeren’, de muziek vond ik vaak niets, of een herhaling van iets wat ik al lang kende van vroeger. En die kleding? Tja, daar had ik na de zwangerschap helaas het figuur niet meer voor.
Na een paar weken merkte ik dat ik mijn telefoon vaak ‘vergat’ op te laden in het weekend, of doordeweeks ’s avonds onder in mijn tas stopte zodat ik alle ‘pingen’ en ‘pongen’ niet zou horen. Ik werd gek van al dat gecommuniceer! De meeste apps zaten ongebruikt op mijn telefoon, maar zorgden er wel voor dat ik hem steeds vaker moest opladen. Maar het stomste was, dat mijn collega’s nog steeds soms ‘u’ tegen me zeiden.

Ik ben nu bijna zo ver, dat ik het grote verschil, de generatiekloof zo te zeggen, gewoon accepteer. Wat ik en mijn generatiegenoten ‘hip’ vinden, is iets anders dan wat bij de twintigers populair is. Toen ik zo jong was, lette ik niet eens op mensen van veertig; dat waren of je ouders en hun vrienden, of je baas, die je salaris uitbetaalde. Je verwachtte toch niet van hen dat zij begrepen waar jij mee bezig was? In tegendeel!

Dus tegenwoordig neem ik gewoon mijn agenda mee naar afspraken, en noteer alles in kriebelletters op de juiste datum. Als we ergens zitten waar de I-pads en de telefoons ‘slecht bereik’ hebben, dan zit ik te gniffelen als ik als eerste weet op welke dag Pinksteren valt dit jaar. “Leve de ouderwetse agenda”, roep ik dan. Maar als mijn collega’s snel even opzoeken waar we moeten zijn, zitten zij te gniffelen.
Ik durf nu gewoon een suggestie ‘uit de oude doos’ te doen als iemand vraagt wie er nog een leuk muziekje heeft. En het grappige is, dat iedereen mijn kennis van ‘de oude muziek’ waardeert. Zoals ze ook wel eens jaloers kijken naar de concentratie die ik op kan brengen om tussen al het gedoe door gewoon aan een stuk te blijven werken tot het af is. En ze steeds vaker om raad komen vragen “want dat heb jij vast al eens meegemaakt”.
Elk nadeel hep zo z’n voordeel, nietwaar? Zij zijn de aanstormende generatie die alle nieuwe technieken omarmt. Wij zijn de generatie die nog niet zo ver van ze afstaat dat we ze niet meer begrijpen, maar die wel al meer gezien en meegemaakt heeft, zodat we ze een zetje in de goede richting kunnen geven en misschien wat beginnersfouten kunnen helpen voorkomen. Zij hebben de toekomst, en wij hebben de ervaring. Laten we het daar maar mee doen.

[gepubliceerd in: Mijn Geheim]

Advertenties

2 thoughts on “Je wordt ouder, mama!

  1. Haha Mirjam, sommige dingen zijn zó herkenbaar! Ik ben 57 en dus echt ‘oud’. Al geeft niemand me mijn leeftijd, ik word niet meer met ‘je’ aangesproken.
    Ik ben nog van de niet-elektrische typmachine, maar ik stond bij alle nieuwe ontwikkelingen vooraan. Weliswaar moest ik wennen aan mijn smartphone, maar nu maak ik er met graagte gebruik van.

    Maar alleen maar goed is het niet, deze ontwikkeling. In 2011 was ik in Indonesië, waar de Blackberries altijd in gebruik waren, wat er ook gebeurde. Op scholen (zelfs op lagere scholen) was het al een probleem: kinderen gingen tijdens de les gewoon door met pingen en met jongeren kon je geen normaal gesprek voeren, want een ping (of pong) ging vóór alles.

    Hier zie je elke student met oorplugjes in lopen of fietsen, niet oplettend of er iemand aankomt. De ander moet zelf maar opletten.

    Deze a-sociale voorbeelden vind ik zorgwekkend, net als alles willen delen, van iedereen te houden en meteen bff te zijn. Ik vraag me af of deze kinderen/jongeren nog echte emoties voelen, of alleen zoals ze die op vluchtige media weergeven?

    Kortom: je stuk roept weer eens een hoop reacties bij me op en mijn afkeer van Mijn Geheim wordt heel voorzichtig iets minder. En dat op mijn leeftijd 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s