Home

‘Bij de spuitenbroeder stierven de idiootjes snel’, kopt nrc-next vrijdag 29 juni. Deze broeder Andreas zou, als hij nog leefde, waarschijnlijk vervolgd worden voor de moord op 37 gehandicapte kinderen die begin jaren vijftig in zijn katholieke gesticht St. Joseph verpleegd werden. Onderzoeksjournalist Joep Dohmen noemt de verdenkingen ‘beangstigend’, en spreekt van ‘de ergste misstanden’ in de onthullingenreeks over de katholieke kerk.

 

Maar wat deden deze jongens daar, in ‘de hel’, waar twintig broeders 450 patiënten verzorgden ‘in een voortdurend gevecht tegen stank, vuil en gekerm’? Waarom waren de kinderen niet lekker thuis bij moeder? Wel, denk even na: we zij in de jaren vijftig. Pa werkt hard om zijn (katholieke) gezin met (dus) zo veel mogelijk kinderen te voeden en kleden, en ma werkt net zo hard, zo zonder wasmachine en koelkast.

Geen ziekteverzekering zoals we die nu kennen, geen vriendelijke tehuizen ‘in de maatschappij’, maar veelal diep in de bossen verstopte gestichten, liefdadigheid van de kerk, waar mismaakte en anderszins thuis onhoudbare kinderen ‘weggestopt’ werden. Het kleine broertje van mijn oma, slechts behept met een mild Down-syndroom, heeft zijn hele leven in het gesticht doorgebracht. Met Kerst gingen ze op bezoek.

Tegenwoordig is er een hoop gedoe over de zogenaamde ‘fixatienorm’; het aantal uren dat een ernstig gehandicapte vastgebonden mag worden, maar in de jaren vijftig was er eenvoudig geen geld om zo iemand überhaupt uit bed te laten. Ga maar eens vragen aan ouders die hun agressieve, zwaar gehandicapte kind zelf verzorgen: je moet sterk zijn en alle tijd van de wereld hebben. Dat hadden de broeders met 450 patiënten niet.

Het leven was hard, in die tijd. Net een oorlog gehad, wederopbouw, je kent het wel. Er was geen tijd voor sentimentaliteit, en ja, die houding sloeg wel eens door. Mijn schoonmoeder, oudste van een gezin van elf, liet zonder pardon Lena de hond ‘inslapen’ toen ze naar een kleinere woning verhuisde. Ze moest wel zoeken naar een dierenarts die het wilde doen, maar het had volgens haar ‘geen zin’ om het beestje in een nieuw huis te laten wennen.

Een oudere vriendin van een vriendin, bang voor een ontluisterend ziekteproces en een uitgestelde dood, gaf een afscheidsreceptie toen ze nog volledig voor zichzelf kon zorgen. ‘Daarna zit ik iedereen maar in de weg’, zei ze, en weg was ze. Euthenasie. Mijn schoonmoeder fluisterde toen ze wakker werd na een met spoed uitgevoerde hersenoperatie: “Had mij maar laten gaan.” En dat was geen loze praat.

Het moge duidelijk zijn: de houding ten opzichte van de Dood was destijds een hele andere dan nu. Waren zij ‘keihard’; ze waren heus niet harder dan de mensen in het overgrote deel van de (derde) wereld. Het zijn wij, met onze torenhoge ziektekosten, onze overvolle zieken- en verpleeghuizen waar mensen met veel kunstgrepen in leven worden gehouden zonder dat dat iets toevoegt aan zowel hun leven als dat van de mensen om hen heen, die vreemd zijn.

 

Voor de duidelijkheid: ik wil helemaal niet goedpraten dat een ‘simpele eenvoudige broeder’ eigenhandig en met medeweten van zijn meerderen voor god heeft gespeeld en 37 kinderen naar de andere wereld heeft geholpen, maar hij heeft ze waarschijnlijk wel degelijk ‘uit hun lijden verlost’. Waarschijnlijk had mijn lieve schoonmoeder, die nu al weken ligt weg te kwijnen in een verpleeghuisbed, het een barmhartige daad gevonden.

Advertenties

3 thoughts on “De dood en barmhartigheid

  1. Wat een prachtige nuancering Mirjam. Een mooi pleidooi voor een heroverweging van ‘begrip’ en ‘mededogen’. Vergeten woorden in een tijdperk dat draait om digitalisering, controle en beheersing van financiële stromen. Ik wens jullie veel wijsheid en het beste voor je schoonmoeder.

    • Dank je, Melle. Ik was een beetje bang dit te posten, omdat het ‘bon ton’ is om de katholieke kerk en alles wat daar mee samenhangt te ‘bashen’. Ik kon het echter als historica niet laten het geheel iets te nuanceren…

  2. Het is m.i. ook niet eens zozeer de katholieke kerk (al zorgde meneer pastoor indirect wel voor excessieve kinderaantallen), maar het begrip ‘uit het lijden verlossen’ en ‘omgaan met zwakbegaafden’, waar je mooie stukje voor mijn gevoel om draait.
    Tegenwoordig is een kind met Down ‘een uitdaging’ (wat ik wel erg simplistisch gesteld vind), waar het toen niet in de maatschappij paste.

    Er is door velen gestreden voor een menswaardiger bestaan van mensen met een geestelijke beperking; één van de belangrijkste en bekendste voorvechters was Carel Muller, de directeur van Dennendal, die al in 1969 begon met hervormingen omdat het beleid van opname van ‘achterlijken’ bestond uit zo min mogelijk moeite en kosten, zonder het individu te zien. Zijn (tweede) vrouw Elja heeft zich hier op kleinere schaal ook in de jaren ’90 nog voor ingezet: als een oud echtpaar hun Down-kind bracht en trots vertelde dat het zelfstandig naar de wc kon, als het daar even de tijd voor kreeg. Maar die tijd kreeg het niet: men had liever een incontinente ‘patiënt’ in een luier dan een blij en trots ‘kind’ dat teveel tijd en daardoor geld kostte …

    Het is dus nog altijd nodig en ik vrees dat het ook altijd nodig zal blijven, deze zorg. Wel is het zo dat er inderdaad meer kindjes beschadigd geboren worden doordat ze met veel kunst- en vliegwerk in leven zijn gehouden, terwijl ze achteraf helemaal geen volwaardig of zelfs maar fijn leven kunnen leiden. Daar waar de medische wetenschap doorschiet, zou je evengoed van ‘voor god spelen’ kunnen spreken als toen broeder Andreas de ‘achterlijken’ een spuitje gaf …

    Iemand koste wat kost in leven houden vind ik vaak helemaal niet barmhartig. Je moet vooraf kunnen inschatten welke kwaliteit van leven er in het verschiet ligt voordat je als arts besluit alles te doen om een extreem prematuurtje in leven te houden …
    Soms lijkt er ondanks alles weinig veranderd tussen toen en nu (zoals ook de verhalen van Carel en Elja Muller onderstrepen).
    De dokter speelt voor god, ook bij je schoonmoeder, laat haar (uitzichtloos?) lijden …

    Mijn complimenten voor je (als altijd) mooie schrijfstijl, die als vanzelf een reactie oproept. Ik wens jullie veel sterkte met je schoonmoeder en ik hoop dat zij met compassie wordt ‘behandeld’ en verzorgd, en bovenal dat zij niet hoeft te lijden.

    Hartelijke groet,
    Marjolein

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s