Home

Tijdens het stofzuigen vind ik een lege bananenschil in het moeilijk begaanbare hoekje tussen de speelgoedkast en de muur. J. houdt erg van bananen, maar mag ze niet onbeperkt pakken, omdat ze er dan drie per dag zou nemen en daar krijgt ze vast buikpijn van. Normaal gesproken doet ze haar afval braaf in de prullenbak.
Tussen de middag vraag ik J. om even zelf haar tanden te gaan poetsen voordat ik haar weer naar school breng. Bokkig treuzelt ze naar boven, en komt tien minuten later weer de keuken inlopen. Ik heb intussen opgeruimd en ik vraag haar of het gelukt is. Als ze dichterbij komt, ruik ik de knoflooksalamigeur uit haar mond.
Ik sta in de rij voor de kassa van de buurtsuper en ik pak vast mijn portemonnee uit mijn tas. He, wat raar. Normaal doe ik het vakje waar die in zit nooit dicht met de rits. En ik dacht ook dat er nog kleingeld in het daarvoor bestemde vakje zat. Even word ik heel erg boos. Ik kan niet tegen oneerlijkheid. Ik verzin de ergste straffen.

Toen ik laatst zei dat moeders ‘ogen in het achterhoofd hebben’, schrok ze enorm en werd ze boos op mij. Omdat het niet waar was. Omdat ik een grapje maakte. Ik denk dat die grijze massa van mijn bijna-schoolkind (zo heet dat als je geen kleuter meer bent) zich weer een stapje verder ontwikkelt. Ik denk dat ze de grenzen aftast tussen mijn verbod en haar wil. Ik denk dat ik het nog maar even aankijk.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s